Wat is geloofsleer?

Geloofsleer is wat een kerk gelooft en onderwijst: over God, over Jezus Christus, over hoe een mens gered wordt en over de gemeente. De bron daarvan is de Bijbel, Gods Woord.

16Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; 17Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.

2 Timotheüs 3:16-17 · Lees verder

Kerken lezen dezelfde Bijbel, maar komen op sommige punten tot een andere leer. Daarom laten we bij elke kerk op de kaart zien wat zij gelooft over vier punten. Hieronder lees je per punt wat we ermee bedoelen en wat er in de Bijbel over staat.

  • De kerk gelooft dit
  • De kerk gelooft dit niet
  • Dat weten we (nog) niet

Geloof in Jezus Christus alleen

Je wordt gered door te geloven in Jezus Christus, en door niets anders.

Wat we ermee bedoelen

Ieder mens heeft gezondigd en kan zichzelf niet redden. Jezus heeft aan het kruis alles gedaan wat daarvoor nodig is; Hij riep zelf: ‘Het is volbracht!’ Wie op Hem vertrouwt, krijgt vergeving en het eeuwige leven als geschenk. Die uitnodiging geldt voor iedereen.

Daar voegen we niets aan toe: geen goede werken, geen doop of avondmaal, geen kerklidmaatschap en geen voorspraak van Maria of de heiligen.

Dat geldt ook voor de werken ná je bekering. Je bent gered op het moment dat je gelooft, en daarna komt er geen voorwaarde meer bij: geen leven van bepaalde hoeveelheid goede werken. Goede werken horen wel bij een leven met Jezus. God roept iedere gelovige om Hem te dienen, uit dankbaarheid voor wat Hij gedaan heeft. Maar ze zijn een antwoord op de redding, geen voorwaarde ervoor.

Wat we er níet mee bedoelen

We bedoelen níet: je eerst van je zonden bekeren, en dan geloven. Dan moet je eerst met de zonde breken voordat je bij Jezus mag komen, en wordt je eigen afkeer van de zonde toch weer een voorwaarde. Dat kunnen we niet: niemand kan zichzelf van de zonde losmaken, daarvoor moest Jezus juist sterven.

Bekeren betekent: je omkeren naar God, naar Jezus toe. Je stopt met vertrouwen op jezelf en vertrouwt volledig op Zijn offer. Dat is precies wat geloven is. Een oproep om je eerst van je zonden te bekeren om gered te worden, komt in de Bijbel niet voor. Paulus vat zijn prediking samen als ‘de bekering tot God, en het geloof in onzen Heere Jezus Christus’ (Handelingen 20:21). En het Evangelie van Johannes, geschreven ‘opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam’ (Johannes 20:31), noemt keer op keer alleen het geloof.

Wat de Bijbel zegt

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Johannes 3:16 · Lees verder

8Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Efeze 2:8-9 · Lees verder

Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.

Romeinen 4:5 · Lees verder

Op de kaart

De kerk leert dat je alleen door geloof in Jezus Christus gered wordt, zonder dat er vooraf of achteraf werken bij moeten komen.

De kerk stelt daarnaast andere voorwaarden, zoals goede werken, sacramenten of lidmaatschap van de kerk. Of de kerk leert dat echt geloof altijd blijkt uit goede werken en overgave aan Jezus als Heer, zodat wie die vrucht mist nooit gered was (lordship salvation).

Toon kerken die dit geloven

Eens gered altijd gered

Wie echt gered is, kan dat niet meer kwijtraken.

Wat we ermee bedoelen

Het eeuwige leven is een geschenk van God, en God neemt Zijn geschenk niet terug. Wie in Jezus gelooft, héeft het eeuwige leven nu al. Hij is verzegeld met de Heilige Geest, en niets of niemand kan hem uit Gods hand rukken.

Je wordt niet gered door je werken, en je kunt je redding dus ook niet verliezen door je werken: niet door zonde, en niet doordat je te weinig goede werken doet. Je behoud rust op wat Jezus gedaan heeft, niet op hoe goed jij het volhoudt. Zou je je redding door je werken kunnen verliezen, dan hing ze uiteindelijk toch weer van jezelf af.

Dat betekent niet dat het niet uitmaakt hoe je leeft: zonde schaadt je omgang met God, en wie God liefheeft, wil Hem volgen. Een gelovige kan struikelen of een tijd ver van God af leven. Dan heeft hij vermaning en herstel nodig, maar zijn behoud staat niet op het spel. Paulus schrijft zelfs over iemand wiens werk verbrandt, en die toch zelf behouden wordt (1 Korinthe 3:15). En God blijft getrouw, ook als wij ontrouw zijn (2 Timotheüs 2:13).

Wat we er níet mee bedoelen

We bedoelen níet: ‘eens gered, altijd gered, want wie echt gered is, volhardt altijd in goede werken’. Die gedachte wordt ook wel lordship salvation genoemd: je bent pas echt gered als je Jezus niet alleen als Redder aanneemt, maar ook je hele leven aan Hem als Heer overgeeft, en wie te weinig vrucht draagt, was nooit echt gered. Zo kun je je redding op papier niet verliezen, maar in de praktijk wel: gaat het mis in je leven, dan was je blijkbaar nooit gered. Dan worden de werken via een omweg toch weer een voorwaarde, en kan niemand ooit zeker weten of hij genoeg gedaan heeft.

Goede werken zijn dus ook geen bewijs dat je echt gered bent. Je zekerheid rust niet op wat je in je eigen leven ziet, maar op Gods belofte aan ieder die in Jezus gelooft. En niemand kan aan de werken van een ander aflezen of die echt gelooft.

Wat de Bijbel zegt

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.

Johannes 5:24 · Lees verder

28En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken. 29Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.

Johannes 10:28-29 · Lees verder

13In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; 14Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

Efeze 1:13-14 · Lees verder

Op de kaart

De kerk leert dat een gelovige zijn behoud niet kan verliezen.

De kerk leert dat een gelovige zijn behoud kan verliezen, bijvoorbeeld door zonde of door niet te volharden.

Toon kerken die dit geloven

Drie-eenheid

Er is één God, en Hij is Vader, Zoon en Heilige Geest.

Wat we ermee bedoelen

De Bijbel leert dat er maar één God is. Tegelijk noemt de Bijbel de Vader God, de Zoon God en de Heilige Geest God. Het zijn geen drie goden, en ook niet één persoon die zich op drie manieren laat zien, maar drie Personen die samen de ene God zijn.

Jezus is dus niet alleen een profeet of een bijzonder mens: Hij is God, die mens is geworden. En de Heilige Geest is geen kracht, maar een Persoon. We kunnen dit niet helemaal begrijpen, maar we geloven het omdat de Bijbel het zo laat zien.

Wat de Bijbel zegt

Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!

Deuteronomium 6:4 · Lees verder

1In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. 14En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.

Johannes 1:1, 14 · Lees verder

Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.

1 Johannes 5:7 · Lees verder

Op de kaart

De kerk belijdt dat God drie-enig is: Vader, Zoon en Heilige Geest.

De kerk ontkent de drie-eenheid, bijvoorbeeld omdat zij Jezus niet als God ziet of de Heilige Geest als een kracht.

Toon kerken die dit geloven

Vervangingstheologie

Gods volk zijn allen die in Christus zijn, uit Joden en heidenen. Zij hebben nu de opdracht om de vruchten van Gods Koninkrijk voort te brengen.

Wat we ermee bedoelen

Het woord ‘vervangingstheologie’ wordt vaak als etiket gebruikt, en niet iedereen bedoelt er hetzelfde mee. Daarom zeggen we precies wat wij ermee bedoelen.

Onder het oude verbond was Israël, het volk van de twaalf stammen, Gods volk. Het kreeg een opdracht: ‘een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk’ zijn (Exodus 19:6). Dat verbond was voorwaardelijk, en het volk hield het niet. Jezus vertelt daarom de gelijkenis van de wijngaard: de landlieden brachten de vruchten niet op, en de wijngaard ging over naar anderen. Jezus zegt erbij ‘dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.’

Dat volk zijn de gelovigen: allen die in Christus zijn, uit de Joden én uit de heidenen. Zij zijn Abrahams zaad en erfgenamen van de belofte, en zij hebben nu dezelfde roeping die Israël had: de deugden verkondigen van Hem Die hen uit de duisternis riep. Op dát punt, de opdracht, de wijngaard en het vruchtdragen, is Israël vervangen. Dat is voluit Bijbels. Het oude verbond is tenslotte vervangen door het nieuwe verbond: ‘Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt’ (Hebreeën 8:13).

Daarom houden we ook het Israël van de Bijbel en de staat Israël van 1948 uit elkaar. Waar de Bijbel over Gods volk spreekt, gaat het niet om afkomst of om een land, maar om wie in Christus is. Ook de beloften aan Abraham zijn vervuld in Christus, het Zaad aan wie ze gedaan zijn (Galaten 3:16), en in allen die bij Hem horen.

Wat we er níet mee bedoelen

We bedoelen níet dat het Joodse volk is afgeschreven. Als het om de redding gaat, is er niets vervangen: die staat voor de Jood precies zo open als voor ieder ander, uit genade, door geloof in Jezus Christus. Er is geen aanzien des persoons bij God. Iedere Jood die tot geloof komt, wordt weer in de olijfboom ingeënt, zoals Paulus schrijft.

En we bedoelen er zeker geen minachting of vijandschap mee; dat is iets heel anders dan de vervangingstheologie zoals die rond de Tweede Wereldoorlog klonk. Paulus bad met diepe liefde voor de redding van zijn volk, en Jezus huilde over Jeruzalem. Die bewogenheid willen wij ook hebben, want de uitnodiging van het Evangelie geldt iedereen.

Wat de Bijbel zegt

41Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven. 42Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? 43Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.

Mattheüs 21:41-43 · Lees verder

28Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus. 29En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Galaten 3:28-29 · Lees verder

Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeent worden; want God is machtig om dezelve weder in te enten.

Romeinen 11:23 · Lees verder

Op de kaart

De kerk leert dat Gods volk bestaat uit allen die in Christus zijn, en dat de opdracht van het Koninkrijk is overgegaan naar wie er de vruchten van voortbrengt. De redding blijft voor iedere Jood open.

De kerk ziet het Joodse volk naar afkomst nog als Gods verbondsvolk, met een eigen plaats en eigen beloften naast de gemeente, zoals in de bedelingenleer en het christenzionisme.

Toon kerken die dit geloven

De bijbelteksten komen uit de Statenvertaling. Klik op ‘Lees verder’ om het hele hoofdstuk te lezen op deonlinebijbel.nl.